
Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek
Artikel 21 Begroting
1
Het algemeen bestuur zendt jaarlijks voor 1 november aan Onze Minister de begroting voor het daaropvolgende jaar.
2
De begroting behelst een raming van de baten en lasten van de organisatie, een raming van de voorgenomen investeringsuitgaven en een raming van de inkomsten en uitgaven. In de begroting is een allocatie van middelen opgenomen die in overeenstemming is met het instellingsplan, bedoeld in artikel 18. In de begroting wordt rekening gehouden met de voorstellen van de gebiedsbesturen.
3
De begrotingsposten worden ieder afzonderlijk van een toelichting voorzien. Uit de toelichting blijkt steeds welke begrotingsposten betrekking hebben op de uitoefening van de bij of krachtens de wet aan de organisatie opgedragen taken dan wel op andere activiteiten.
4
Tenzij de activiteiten waarop de begroting betrekking heeft nog niet eerder werden verricht, behelst de begroting een vergelijking met de begroting van het lopende jaar en de laatst goedgekeurde jaarrekening, bedoeld in artikel 25.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.